Niederländisch: Synonyme von direct bis dominerend

direct directeur directie
dirigeerstok dirigeren discipline
disco discotheek discountprijs
discreet discrepantie discretie
discrimineren discussie discussiëren
disk diskdrive diskette
diskettestation dispensatie display
disponibel dispositie disputeren
dispuut dissertatie dissident
distilleren distribueren district
divan divers diversiteit
divisie dizzy dobberen
docent doceren dochter
dociel doctrinair doctrine
document documenten documenteren
dode dodelijkheid doden
dodenstad doek doel
doelbewust doelen doelen op
doelloos doelmatig doelpaal
doeltreffend doelverdediger doelwit
doem doen doen alsof
doen denken doen en laten doen losbarsten
doen mislukken doen ontploffen doen vallen
doen vermoeden doen verrijzen doen verwachten
doen walgen doende doenlijk
doerak doezelen doezelig
dof dogma dogmatisch
dokken dokter dokteren
dokterspraktijk dol doldraaien
dolen dolk dollen
dom domein domheid
domicilie dominant dominantie
dominee domineren dominerend