Niederländisch: Synonyme von bezitting bis bijvoegsel

bezitting bezittingen bezoedelen
bezoedeling bezoek bezoeken
bezoeker bezoeking bezoldiging
bezonnen bezopen bezorgd
bezorgd maken bezorgdheid bezorgen
bezorging bezuinigen bezuren
bezwaar bezwaarlijk bezwaarschrift
bezwendelen bezweren bezwijken
bezwijmen beëindigen beëindiging
beïnvloeden beïnvloeding bibberen
bidden bidonville bieden
bier bierfles bierglas
biet bietsen big
biggelen bij bij benadering
bij de pinken bij de vleet bij elkaar
bij het leven bij kennis bijbel
bijbenen bijbetalen bijblijven
bijdehand bijdrage bijdragen
bijeen bijeenbrengen bijeenkomen
bijeenkomst bijeenrapen bijeenroepen
bijgaand bijgebouw bijgesloten
bijgevoegd bijgevolg bijhouden
bijkans bijkantoor bijknippen
bijkomen bijkomend bijkomstig
bijkomstigheden bijladen bijlage
bijleggen bijlichten bijna
bijna niets bijna nooit bijpassen
bijschaven bijschrift bijsloffen
bijsmaak bijspijkeren bijspringen
bijstaan bijstand bijstellen
bijstelling bijster bijten
bijtend bijtijds bijval
bijvallen bijverdienste bijvoegsel