Niederländisch: Synonyme von bevitten bis bezitter

bevitten bevlekken bevlieging
bevlogen bevochtigen bevoegd
bevoegdheid bevoelen bevolking
bevoogden bevoordelen bevooroordeeld
bevoorrading bevoorrechten bevorderen
bevordering bevredigen bevrediging
bevreemden bevreesd bevriezen
bevrijden bevrijder bevrijding
bevroeden bevroren bevruchten
bevruchting bevuilen bewaarplaats
bewaken bewaking bewandelen
bewaren beweegbaar beweeglijk
beweeglijkheid beweegreden bewegen
bewegen om bewegen tot beweging
bewegingloos bewegingsvrijheid bewenen
beweren bewerken bewerking
bewerkstelligen bewieroken bewijs
bewijsgrond bewijslast bewijsstuk
bewijsvoering bewijzen bewind
bewindvoerder bewindvoering bewogen
bewolkt bewonderaar bewonderd
bewonderen bewondering bewoner
bewoners bewust bewusteloos
bewusteloosheid bewustzijn bezadigd
bezadigdheid bezemen bezeren
bezet bezeten bezetene
bezetenheid bezetten bezetter
bezetting bezichtigen bezield
bezielen bezieling bezien
bezig bezig zijn bezigheid
bezighouden bezinksel bezinnen
bezinning bezit bezitloos
bezitnemen van bezitten bezitter